Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'£ Leerftuk van den bijftand van den H. G. 117

miüe, of verblijdt gaarne anderen, of kan volftrekt niet dulden, dat iemand onrechtgefchiede. Ook deze zijn gaven van God; dat is eene vroegere kracht van den Geest!' en waarlijk! God gaf u dezelve niet zonder oogmerk. Deze gaven moest gij recht gebruiken; door uw verftand, uwe neigingen, uw hart door uwen aanleg tot eerlijkheid, tot liefde, tot medelijden, moet gij zoo goed worden, als gij bij moogelijkheid kunt worden. God geeft u veelvuldige gelegenheid, om uwe krachten te vormen, om goed en vroom te worden. Hij laat u dikwijls het Christendom prediken, gaf u den Bijbel, om Hem daar uit te kennen, fchiep zulk eene fchoone, voortreffelijke natuur, om uwe neigingen voor Hem te winnen. Hij gaf u vrienden, droefheid, vreugde, om u op te wekken. Ook deze alle zijn weldaaden van God, die gij u moet ten nutte maken. En die dit niet doet, die behoeft ook niet te verwachten, dat hij meer zal ontvangen. Zal men hem tot een Raadslid maaken, die niet in ftaat is , den post van eenen klerk goed waar te neemen? Hem tienduizend gulden toevertrouwen, die 'er geen honderd goed weet te gebruiken ? — En zou God zulk een de gaven van den Geest geeven , die de gaven zijner natuur niet goed aanwendt? Neen; die niet heeft, die niet

recht gebruikt, dat hij heeft, die verliest ook

dat geen, het welk hij nog heeft. En

dat is zeer billijk! wanneer een Regent

zaad koorn beloofde elk, ,die het miste; en een liet zijn zaad-koorn, dat hij zelf bezat, H 3 ver-

Sluiten