Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122 vin. Overd. Over het Misbruik van

toont. En alles wat tot God brengt, ons naauwer met Hem verëenigt, ons doet gevoelen , hoe onontbeerlijk God voor ons is; zulks reinigt het hart , veredelt den geest, zoo als de Gefchiedenis van alle Maria's en Corneliusfen, en van alle edele menfchen van alle tijden aantoont.

§• 9-

Zoo willen wij dan ook deze leer gebruiken. Wij willen 'er op uit zijn, om goed en rein te worden, zoo veel wij kunnen. — Heden willen wij nog eens zulk een befluit neemen. Hij toch is zulks overwaardig, die zijnen Zoon aan ons fchonk, en hoe waardig is het die Zoon, die zijn leeven voor ons offerde! zoo kloekmoedig willen wij aan de uitvoering van dit befluit de hand flaan, als of wij in ftaat waren, het alleen te doen. — Maar nimmer zullen wij ons in waarheid verbeelden , in ftaat te zijn, het alleen te kunnen doen; maar komt die waan in ons hart op, — een oog op de Bergleerreden en op ons hart zal dezelve weer verbannen. Wij willen ernftig om den Geest bidden. — En verkrijgen wij iets, kunnen wij eene drift beteugelen, een lijden draagen; kunnen wij doen, het geen wij van te vooren niet konden ; dan zij ons eerfte gevoel dankbaarbeid; en dan zullen wij met vertrouwen

meer van hem verwachten, om dat hij dat gaf. -— Geen oogenblik willen wij onze onreinheid voor ons zeiven verbergen ; maar ook geen oogenblik denken, dat wij nooit

ge-

Sluiten