Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leer van den invloed van den Duivel. 125

op ons leeven en wandel hebbe. A- Gaarne zou ik dit doen, Lieve Leezefs! zoo 'er maar onder den grootften hoop der menfchen, en zelfs onder de oprechtfte vereerers van den Bijbel niet zoo veelen waren, op welken deze leer eenen flechten invloed heeft. Zoo veele angstvalligen kwellen zich met die verbeelding, dat booze gedachten door den Satan in hun gewerkt worden; zoo veele ligtzinnigen fchuilen achter die verontfchuldiging dat de Satan hun verblind heeft; zoo veelen min verlichte, fchoon anders redelijk denkende verbeelden zich Satans macht, Satansinvloed, Satans-werking te zien, 't geen echter niets anders dan list, kunst of ziekte is. Men moet alleenlijk op zijn ftudeervertrek leeven, of de oogen met opzet willen fluiten, wanneer men dusdanige menfchen niet om zich ziet. Ik kan dezen naar mijne overtuiging niet overreeden,' dat de Satan geen invloed hebbe, noch ooit gehad hebbe. Jefus en de Apostelen fpreeken hieromtrent te duidelijk. En wilde ik het al eens doen; de dagelijkfche ondervinding leert toch, dat zij zich niet laaten overreeden, zoo lang zij hunnen Bijbel hebben, en daarin nog vrij kunnen leezen. Het is niet overdreeven, maar weezenlijk waar dat zij ook niet meer aan God zouden gelooven, wanneer zij niet meer aan den Duivel geloofden, door dien de grond, waarom zij deze beide ftukken gelooven , de Bijbel is. Om hunnentwil dierhalven kan men dit Leerftuk niet voorbijgaan wanneer men over het misbruik van Bijbelfche Leerftukken wil fpreeken. Men moet

de

Sluiten