Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j26 ix. Overd. Over het Misbruik van de

de leer volgens zijne overtuiging voorttellen, en voor het misbruik waarfchuwen; men moet aantoonen, dat dat geen, het welk tot biiReloof, ligtzinnigheid en angstvalligheid verleidt, geene leer des Bijbels, maar een voordbrengzel van menfchen zij; men moet het rechte gebruik daar van aantoonen, dat gebruik van de Leer des Bijbels maaken, het geen Jefus en de Apostelen daar van gemaakt hebben Dat wil ik thans ook doen, daar toe zullen de opgenoemde plaatzen mij aanleiding geeven.

§. i.

Doet aan de geheele w'aapenrusting Gods, op dat gij kunt ftaan tegen de listige omleidingen des Duivels; want wij hebben den firijd met tegen vleesch en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der waereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. zegt Paulus. Zijt nuchteren en waakt, want uwe tegenpartij, de Duivel gaat om, als een briesfchende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verjlinden — zegt Petrus. _ . ,

Beide plaatzen fpreeken van den Duivel, als van een werkelijk beltaand weezen, en veronderftellen, dat hij invloed op de menfchen hebbe, dat hij hun verleiden , verblinden en ongelukkig maaken kan, dat hij zulks alles gaarne doet, maar dat men hem ook kan wederftaan, en dat God daar toe kracht geeve Paulus fpreekt zoo duidelijk en bepaald dat 'er bij geene moogelijkheid , zelfs met eenigen fchijn van waarheid eenen anderen zin aan zijne woorden kan gegeeven wor-

Sluiten