Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leer van den invloed van den Duivel. 129

vloekten! in het Eeuwige vuur, het geen den Duivel en zijnen Engelen bereid is; (*) En Hij onderricht zijne Discipelen, daar Hij hun de geheimen van zijn Rijk wil openbaaren, Hij

die al het onkruid zaait, die al het booze

in de waereld het eerst in bewecging brengt, — is de Duivel, en al het booze is een zaad van hem. (**) Ik weet niet, hoe Jefus duidelijker heeft kunnen fpreeken enleeren, dan hij , daar gedaan heeft. De Euangelisten vernaaien, dat Hij door den Duivel is verzocht geweest; dat Hij duivelen uitgedreeven heeft; dat de duivelen gefproken, geklaagd, gebeden hebben; Jefus laat zich met hun in, antwoordde hun , verhoorde hunne bede,, en nam uit zulke gefchiedenisfen gelegenheid, om over de booze Geesten en derzelver macht nog iets meer te zeggen, (tj Maar hoe kan men zich nu op eene leer, op een gezegde van Jefus , op het een en ander in de gefchiedverhaalen der Euangelisten bij moogelijkheid, verlaaten, bij aldien de Satan en deszelfs werking enkel een Joodsch bijgeloof ware! was het waarheid, het geen de Apostelen fchrijven, daar zij zoo dikwijls fpreeken van den invloed van den Satan , van de noodzaakelijkheid en de middelen om denzelven te wederftaan, van de ontwikkeling van zijn

lot,

(*) Matth. XXV: 41. (**) Matth. XIII: 38, 39.

(f) Ik verzoek mijne Leezers, iiie a;\n dit alles nog eenigzints twijffelen. Luc. 4. Hoofdft. 8. inzonderheid vs.30, 31, 33. Mare. I: 24, 25. Matth. XVII: 17, 14—21 zonder vooroordeel te leezen; en ik ben verzekerd, dat 'er niemand meer aan twijffelen zal, welke de meening vaa Jefus geweest zij

Sluiten