Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T4-o xi. Overd. Over het Misbruik van de

hebben den Jlrijd niet tegen vleesch en bloed, maar tegen de geweldhebbers dezer Eeuw, en te.-

gen de Geestelijke boosheden in de lucht;

wanneer ik op eene reis aan eene plaats kome, waar verleiders zijn; en ik weet dan, dat niemand onder hün machtiger en listiger is, dan ik ben, dan ben ik nog taamelijk gerust. Maar, wanneer mij gezegd wordt: die verleider is zeer machtig, zeer listig; hij kan zeer gevaarlijk voor u worden , zo gij niet op uwe hoede zijt; dan zal ik zeker bij elke trede, die ik doe, waakzaam zijn. Dat geen , het welk Jefus ons van den invloed des Satans geopenbaard heeft, maakt ons zijne vermaaning dubbeld gewichtig: waakt en bidt, op dat gij niet in verzoeking valt.

§• 9-

Zeker was deze leer drukkend en beangftigend buiten de leer van Jefus ; maar de leer van Jefus wordt door de leer des Duivels voor ons eene noch heuchelijker boodfchap. Altijd hadden en hebben wij Jefus veel te danken, fchoon 'er ook geen Satan ware. Hij zorgde zoo voor ons verftand en hart; vereenigde ons zoo met den Vader; en aan Hem hebben wij zoo veel licht en kracht, vrijheid en rust te danken. Maar Hij hadt nog meer voor ons te doen, dan wij buiten zijne Openbaaring zouden hebben durven denken. Niet alleen waren het de Pharizeën, niet alleen Cajaphas

en zijn rot, die Hem drukten, maar de

macht der duisternis drukte Hem ook. Hij moest ons niet alleen van eigene dwaasheid

ver-

Sluiten