Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Bijbelfche Leerftukken over het geheel. 171

de Leerreden van Jefus zij, die Hij op den

berg gehouden heeft. Aangehoord wierd

deze Leerreden; die zag Jefus wel; met eene opmerkzaamheid aangehoord, zoo als misfchien die menfchen in hun gantfche leeven nooit iets hadden aangehoord; en dat kon zeker ook niet anders zijn. Wanneer men eene waarheid voordraagt, die zich terftond bij het uitfpreeken als eene waarheid aanbeveelt, aan welke men echter nog nooit recht gedacht, tegen de welke men zelfs gefproken en gehandeld heeft, tegen de welke gewoonlijk gefproken en gehandeld wordt: dan luistert de mensch wel met allen ernst toe, dan zou hij toeluisteren, zelfs wanneer het

dwaas ware, zulks te doen; maar fchie-

lijk denkt de mensch dan, dat hij reeds iets beter geworden zij, om dat hij zoo opmerkzaam toegeluisterd, het zoo goed verftaan heeft. Om dat :zijn fchat van kennis vermeerderd is; om dat hij gewichtige waarheden zonneklaar inziet, die hij van te vooren niet inzag, om dat de waarheid eenigzints gewaarwordingen in hem verwekt, welke van te vooren in hem niet gevonden wierden: zoo denkt de mensch al fchielijk dat hij uit hoofde daarvan beter geworden zij, dan hij van te vooren was; ligt geraakt hij tot die verbeelding, dat kennis of gewaarwording

de plaats van daaden kunnen bekleeden.

Daarom liet Jefus eenen angel in het hart na met dat allertreffendst beeld van een huis op zand, en een op rot/en gebouwd.

§. 3-

Sluiten