Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174 Xri. Overd. Over het algemeen Misbruik

het al in mijne macht ware. Ik zou de meening van mijnen Heer flecht verftaan; geen vonkje van zijne gezindheid hebben, wanneer ik zoo wilde handelen. Menig een' zondt Hij weg; menig een' antwoordde Hij niets; Hij zei' tot de Jooden, die over zijne leer morden: Niemand kan tot mij komen, ten zij de Vader die mij gezonden heeft, hem trekken. (*)

Maar waarlijk! Hem kan het niet behaagen, wanneer wij zijne leer in het geheel niet gebruiken; door dat geen, het welk ons moest verlichten, ons niet laaten verlichten, door dat geen, het welk ons moest waarfchuwen, niet laaten waarfchuwen. Wanneer een Regent zijne verordeningen bij een liet verzamelen, voorleezen en verklaaren; -— hoe zou Hij het opvatten, wanneer zijne onderdaanen daar op geen acht gaven, geen woord van dezelve lazen , even als of ze niet eens verzameld waren ? Daar die Bereë'rs zoo geroemd worden , door dien zij de Schriften onderzochten, of die dingen alzoo waren; (**) Daar Paulus zegt : Laat het woord Gods rijkelijk in u woonen; Laaten wij de vergaderingen niet nalaaten, gelijk zommige de gewoonte hebben. (+) daar Jefus zegt: Gaat heenen, en verkondigt het Euangelie alle Creatuuren ; en de Apostelen zoo ijverig heen gingen en zijne leer verkondigden , hebben deze menfchen het dan wel voor onnoodig kunnen houden, zich met de leer van Jefus bekend te maaken ? of

heb-

(*) Joan. VI: 44. (**) Hand. XVII: 10, 11. (f) Coios. 3: 16. Hebr. X: 25.

Sluiten