Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 ■#

ker naam gij in uwe uitmuntende Biographie vereeuwigd hebt, door een flaatelijk gezand; fchap begroet, en zo bewierookt worden, dat gij, in de duizeling en in de katzwijm van uwe verhitteen benevelde eigenliefde, zult gevaar loopen te denken , dat de Florentijner Lamius , dien de Heer Profesfor P. Hofstede, in zijne Voorrede voor bet tweede gedeelte zijner O J Kerkzaaren, ten bewijze, dat Hij zich zijner mogelijken Misflagen bewust is , tot een bl jkvan zijne nederigheid, en tot zijn troost pag. 10. aanhaalt, (<?) niet zo algemeen had behooren te fpreken: dat Gij Mijn Heer Biographus eene uitzondering van den regel zijt, en dat Gij, zo al niet in den rang der aardfebe Goden gefield , ten minfle onder

het

ze Familie, die een groot gedeelte van derzelver waardige Leden , by naam en toenaam kent , die fierk in de Genealogie is, en de naamen van eenen Marsias, Tvribus, Bavius, Mevius, Ortwimjs en FransBalténs pp zijnDuimtjeheeft, zou in ftaat zijn , om deeze Blographie te kunnen fchrijven.

(e) De Woorden van den Florentijner zijn deezen :llet is onmogelijk , dat die gcene, welke eenig Werk onder, nemen , fchoon zij noch zorg, noch vlijt, noch oplettenheid fpaaren , niet nu en dan eens, met jluimet ing zouden bevangen •worden, en om geen Goden te schijnen, in d'jiaalingen vallen.

Sluiten