Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* 55*

mijn Oom is zo hard en onmededogendniet, als het fchijnt. Hij is immers edelmoedig en rechtvaardig genoeg geweest, om zich te laaten overtuigen , dat de Heer P. V. D. H Z. de Luthere fche Kerk niet heeft willen beledigen en verongelijken , maar dat hij zelve misleid is geworden! Zo dra mijn Oom daarvan ovenuigd was, is hij immers terftond gewiliig en volvaardig geweest, openlijk te bekennen, datde Executie te ftreng geweest is, en dus aan den Heer P. V. D H Z behoorlijk Satisfactie te geven. Zie de Kritiek twr ae Voorrede van het tweede deel van de O. I. Kerkzaaken , pag. 80. en 81. — Ik kan in de waereld niet begrijpen, wat u mijn Heer bewoogen heeft, een verrader van den Heer P. V. D. H Z. te worden! Wie heeft 'er u toch naagevraagd, wie bij is? en waar bij woont? Verbeeldt Gij u misfchien, dat Gij Hem een dienst en vriendschap betoond hebt, door 't geen Gij pag. 33,

53,

te zo dapper in het nest, dat de Wefpen niet gewaagd hebben, wederom voor den dag te komen. Eéne fchijnt nu evenwel te onderneemen, om uit het nest uittefluipen. En die fteekt al wat zij vindt. Zie uw IX. hoofdftuk. Die geene die mijn Oom ftak, heeft haaren verdienden loon ontfangen. De prikkef is haar ontnomen, en zij is in de ton gezet, waarin zij nog zit.

D4

Sluiten