Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* 5<5 •*

53 en 63 van hem vertelt, terwijl Gij verhaalt, dat hij te Amsterdam, met groote toejuiching van groot en klein, de gewijde Bediening waarneemt? (God laate hem lange in zegen arbeiden!) Misfchien hebt gij naar de Zin-

fpreuk gehandeld, dien gij met mijn Oom, echter met een gewigtig onderfcheid, gemeen hebt. Mijn Oom heeft de woorden pag 83

Scire tuum nihil eft, nifi te fcire hoe, fciat alter?

NB. met een Vraagteken (?),enGij hebt de woorden met een Punclum (.) tot eene Zinfpreuk; en mijn Oom handelt naar zijne Zinfpreuk tot nut van zijnen, en Gij naar wweZïnfpreuk tot fchade van Uwen .evenaas ten! Dit is het onderfcheid. Gij hebt den Lezeren van uwe Biographie, en dus ook mij, op pag. 160 en 161 ten vollen overtuigd, dat Gij ne vevquidem, niets, niets hoegenaamd, van de Logica of redeneerkunde geleerd hebt (;), en dus vind ik my

vér-

(/) Zo gij de minde tinctur, de minfte kennis van de Logica hadt; zo zoudt Gij toch ook wel weten, wat elk weet, die maar eens door het fchool van eenwijsgeet feloopen is, of maar ééns eene logica gelezen heeft, te weeten.- dat* er niet meer, en niet minder in deConcw

Kt

Sluiten