Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*♦ 63 *

den vetften kalkoen, of den kostelijkften Calecutfchen haan geven , hij zou hem toch 'er niet te^en ruilen. Want zeden dat die KostervanC\j prus aan de klok getrokken heeft, heeft zich op verfcheide plaatzen hier in Nederland,op denPredikftoel, noch de talmudifche zotte Toorenwacbter noch de griekfcbe gekke Klapperman,bij die occafte meer laaten zien of hooren, en de oude baan is wederom op zijne plaats verfcheenen. Gij zult wél doen, mijn Heer! zo Gij hierover naaleest, "t geen Gij vinden kunt, in het Antwoord van mijn Oom aan den Heer.P. V. D. H. Z. en wel in den eerften brief pag, 37. totso.ingeQooten! O, dat is zo ftichtelijk van mijn Oom gezegd.' Lees het maar eens ter dege!

3. Het lange, verveelende, en in flaap wiegend bidden, op den Predikttoel en voor en na tafel, waardoor zommige Heeren vergeef mij de zonde! _ hunne gebedsgaven ten toon fpreidden, heeftop veele plaatzen opgehouden.

4. De lastige altoos één en dezelfden zandweg, langs welken zommige Heeren — die om doffe verlegen zijn, om 'er een uurtje mede voltefloppen, in den beginne van hunne Sermoe»e«,de roehoorders tor over deknieën als door het zand fleepen,om ze als vermoeide, in de predikatie zelve gerust te doen flaapen, teneinde zij niet merken mogen, dat mijn Heer niet geftudeerd en niet veel in de mars heefc, wordt

van

Sluiten