Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* 73 *

ten : quid ara dist'-ent lupinis, waardoor zich de onfchuldige Satijre, van het blauwe Boekje en van eene pasquilleerende Biographie,onderfcheidt — een' zaak heb begonnen te bepleiten , welke naar hun oordeel geene protetlie nodig heeft. »

Dat Gij mijn Heer, uwe Biographie, met een gedeel te van Ra b eners kronijk van Querlequitscb opgefchikt, en dat gedeelte naasThet Manufcript van mijn Oom geplaatst hebt, zal zeker wel een wenk zijn dien Gij den onkundigen geeft, om hem diets te maaken , dat mijn Oom zijne gedichten uit Rabener ontleend heeft! Dan, dewijl Gij dat nooit zult kunnen bewijzen, om geene kleinere en geringere rede, dan : om dat het niet waar is ; zo hebt Gij mijn Oom, daardoor meer onverdiende eere aangedaan, dan Gij hem ooit ofte ooit zult kunnen ontrooven 't Spijt mij maar, dat uwe Biographie een Cento, een mantel is, die uit Onwaarheden, liefdelooze Oordeelen en Calumnien is zamengelapt. ———

Het vierde Bewijs , toont middagklaar , wiens geestes kind Gij zijt, Heer B. H ! De Lezer kan dit bewijs en teffens u Peurtrait onder anderen vinden op pag. 27. in het laatfte vaars , dat mij bijgeval , gisteren in de Biographie bladerende, in de 00gen is gevallen, op pag. or. 92. en op meer andere bladzijden, Zeg mij toch eens, mijn E 5 Heer

Sluiten