Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4b 89 -»

bekrompenheid en armoede van uwe kennis, geest en vinding,en die niets anders bewijzen, dan dat Gij, in plaats van den Lezer, op eene geoorloofde,nuttige en leerzaame wijze te vermaaken , op eene onedele wijze wraak oeffent, op eene laage en zeer gemeene wijze uwen moed koelt, en u zeiven belagchelijk en verachtelijk maakt, terwijl Gij u best doet, om een eerlijk man te hoonen, en andere braave en

geleerde mannen te lasteren! En laaten

wij clan het einde Hoewel, dit zal in

het Tweede Deel eerst volgen, hetwelk Gij ons pag. 183. met deeze merkwaardige woorden belooft: hoedanig en zeldzaam zijne lotgevallen in die vorfteUjke plaats geweest zijn, welke onflerfelijke boeken aldaar door hem zijn uitge. geven tot den dag toi, dat hij zijne bediening, met een nog veel heerlijker waardigheid heeft verwhfeld ,dat alles zal de rijke en t'evens aangenaame flof uitmaaken van het Tweede Deel. Vervolgens bekroont Gij dit eerfte deel met een vaersje, waarin men dit einde omtrent zien kan, en waarbij mij het zeggen van Juvenalis, te binnen fchoot :

Si natura negat, facit malitia (Jndignatio) ver-

fumfïfïïft ;-'-^few j~-»ï» ïmï uülot-al Qualemcunque potest. •

F 5 Te-

Sluiten