Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelokt en gezonden wierden, om het hoog* duitsch te leeren, in alle vrije Konden, Taaien en Schoolweetenfchappen onderweezen, en tot befchaafde en nuttige leden van de menfchelijke maatfchappij gemaakt te worden. De ééne noemde zich Jan Melchior en de andere Klaas of Hans Vertoog ! Deeze beide knaapen konden nauwlijks hoogduitsch leezen, (de geleerdheid bragten zij reeds uit Noordholland mede) of zij begonnen reeds te fchrijven , en binnen het jaar, waren zij, niettegenftaande hunne volflage onkunde en onbekwaamheid, vermetel en asfurant genoeg, om voor hunne medefcholieren, maandelijks een lap papier met oprecht IVestphaalscb puikgoed hannekemaaijers duitsch te bekladden, en die vodden te noemen: de Querlequitfcbe Bibliotheek. Mijn Oom , die onder de fcholieren min of meer in achting ftond , had die Fodde, toen 'er reeds eenige brokken papier, ten algemeene huisgebruike mede vol gefchreeven waren, nog niet eens gezien,veel mingelezen, Dit hoorde Jan Melchior, en Hans Vertoog, en namen het zeer kwaalijk. Beide merkten zij het aan als een blijk van minachting, en*zeiden :Alethophel is een tolerante Ketter, en heeft geen fmaak! Maar wij zullen hem onze Bibliotheek wel doen lezen en gebruiken ! Met één mochten zij

Alet-

Sluiten