Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4* 121 *§►

3. Dat onaangenaame ontmoetingen, die iemand in zijne jeugd gehad heeft, in de mannelijke jaaren haare kracht nog niet verlooren hebben, maar nog voortwerken, en hem naa wraak doen reikhalzen.

4. Dat het lezen van boeken, die men ons in onze jeugd in de handen geeft, eerst in den Man, dikwerf,zijne vruchten en werkingen toont.

5. Dat iemand b. v. in zijne jeugd maar veele Spookhistoriën, en Duivelerijen lezen moet,om 'er in zijne mannelijke jaaren, weinig of niets meer van te gelooven.

6. Dat, zo de Hoofden, de Herders en Leeraars , den Vrede maar oprecht beminden en ijverig en ernflig zochten, de goede fchaapen aan geen Oorlog denken, maar onderling in eendragt, in góede harmonie en in vrede leven zouden.

7. Dat de Intoleranten het zelden gemunt hebben, op esfentiëele zaaken en gewigtige waarheden, die van belang zijn, en dus op de goede zeden en het waar geluk, naar het beste voorfchrift, een invloed hebben. Maar dat zij, op beuzelingen, Adiaphora , onverfchillige klei' nigheden, enperfonaliteiteh vallen,en dat zij uit eene onrijpe en1* verwaande Eigenliefde, uit Roem- Baat- en Eerzucht, de Alarmtrommel roeren, als of de kerk in vuur en vlam flond,

lï 5 en

Sluiten