Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4r 142

wierd aangefproken : Miert Haer, icbbinjo, onder ju gehoor geweifen. Maar mit ju permis/ie! heb jy gepredikt op zien hoogduitsch! of op zien Nederduitsch ? — Deeze zelfde Sijmbolifchè h'atmekemaaijer, (ik fpreek thans naar uwen zin en in uwe taal) kwam in ééne nacht voor de wind, zeer gemakkelijk over de Zuiderzee, en dacht, dat hem de Schipper gefopt had, om dat hij in het voorleede jaar,wel twee Etmaal voor zijn geld gevaaren had. Zo gelukkig zijt Gij zeker niet geweest! Want het fchijnt, dat Gij, te Harderwijk gekomen zijnde, ten eenemaale van u ftuk geweest zijt, en dus op de Heeren Scheltinga en Schacht, nog niet recht hebt kunnen letten, Denkelijk zijt Gij bang voor het water en zeer zeeziek geweest. Maar eindelijk zijt Gij toch wederom tot uzelven gekomen, om een bezoek bij den Hoogleeraar Scheidius afteleggen, dien Gij als een vlijtig en edelmoedig denkend Man gevonden hebt, welke door ijverig te ftudeeren, zelfs te denken en te onderzoeken, zijne eige eertijds begaane misflagen, en die van anderen ontdekt heeft, en die edelmoedig genoeg is, om de eerfte te bekennen, en dezelve zo wel als de laatfte te verbeteren. Ik weet wel, dat het uw fmaak niet is, mijn Heer! om uwe mogelijke en daadelijke misflagen te herroepen, en dat het één', van uwe Reisgenooten pag. 31. ook in

'tge-

Sluiten