Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tjf 178 §3»

met ben, al zijn wij in de Schriftuur ( en in oni kerkelijk Sijftema) nog zo bedreeven en geoefend, niets anders uitwerkt, dan dat wij onze flem door het harrewarren bederven , öfdegalle, om haar er Godslafleringen wille, aan V kooken, en in wanorde brengen ( * * ) Zo Gij maar een weinig, al was het nog zo weinig in het Capittel bedreven waart, 't welk in de Logica van Bewijzen, de wederlegging en het disputeeren handelt, zc zoudt Gij moeten weeten: dat men voljlrekt niet met iemand zintwiflen kan, zo lange men het onderling over be'. Principium Cognoscendi, over den Bron van kennis en over zeekere va/Ie Grond/lellingen niet ten vollen eens is. Dat was immers de rede, waarom het colloquium charitativum te Regensburg afgebroken wierd, en zoo veele andere disputen met een zifcher uitgaan, om dat men het onderling over het Principium Cogmscendi, en over de Axiomata niet kan eens worden. Stel nu het geval, dat men over de fituatie, over den Haat waarin wij Menfchen ons

' hier

vindt ze in zijn Boek De prafcriptione hareticorum Cap: XVI: en luiden dus : quoniw nihil proficiat con. grefui fcripturaram nift platte, ut jlomaehi quis ineat everfimem out cercbri.

(**) L- C. Cap: XVII. Quid promcvebis , exerciiatiftme fcriplurarum? Et tu qut'dem, nihil perdes, nifi vtcent in contentione , ttibil confequerh nip Wem de iiasphematiene.

Sluiten