Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V§ 190

vaar loopt door dit verfchil benadeelt te zullen worden , terwijl hij hoort en vernemen moet, dat de Leeraars en Bijbeltolken het onderling niet kunnen eens worden ^ wanneer deeze vraag moet beantwoord worden. Laat ik mij door Middel van een Voorbeeld nader verklaaren, om te beletten, dat men mij niet kwaahjk bcgrijpe. Een Menfch , b. v. ligt aan eene gevaarlijke Krankheid op een Ziekbedde: Hij is van eene Slavge gebeeten, en het Vergif, 't welk dezelve in de wonde heeft doen vloeijen, heeft het beft gedeelte van zijne Vermogens verteerd, en hem tot aan den rand van het Graf gebracht. Al- les roept hem toe : btjiel U huis, want gij moet flemen! ten zij dat die Geneesheeren, die een onfeilbaar Middel tegen die Krankheid hebben , die door den doodelijken Beet van de Slang veroorzaakt is, hem te hulp komen, en hem de beproefde Artzenij toedienen, en ten zij, dar. de Artzenij van den Patiënt wel en regelmaatig gebruikt worde. De Kranke, die den dood vreeft en zijn Leven bemint, krijgt hiervan zo haaft geen kennis, of hij laat twee van deeze Geneesheeren tot zich roepen. Zij verfchijnen beiden te gelijk ! zij zien den Patiënt, verneemen van hem, waarin zijne Ziekte beftaat en verftaan van hem, dat hij door hen wenfchtgeholpen te worden! -—— Hebt maar goeden Moed! dus laaten zich beide de Geneesheeren hooren! Wij hebben een over-

heer-

Sluiten