Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

**f 247 |S»

ie, moet bij het onkruid, dat hij met geweid kan noch mag uitroeijen, laaten flaan tot den tijd van denOogs-, Gaat de Orthodox verder, en tsst zijnen Even^en, met Intolerante handen in zijne Eer en goeden Naam, aan; zoo is de zelfverdediging niet alleen geoorloofd, maar worde voor den Beledigden, een Plichten noodzakelijkheid , zodra hij voldoende redenen meent te hebben van zich te moeten verdedigen.

Zo omtrent denke ik, en zo denkt Mijn Oom ook, op dit frak. En waart gij mijn Heer binnen de grenspaalen, van Uw Kerkelijk [ijsterna gebleeven, en hadt gij Mijn Oom, en andere braave mannen niet zo onvriendelijk alsonbeleek en onverdiend in hunne Eere getast," nooit zou ik de pen ter Verdediging tegen u opgevat heb « ben. Maar, dewijl gij in de Bsleêdlgmg geene. Zonde gevonden hebt, zo vinde ik nog veel minder in de Afwending van dezelve eene Misdaad, maar houde dezelve veelmeer voor eene geoorloofde , billijke en rechtmatige daad ! Hierover zal ik u nader ih 't Vervolg onderhouden. Ik heb deeze gedachten Hechts daarom hier rer plaatfe willen aanfh'ppen, om dat ik uit uwe Biographie duidelijk begrijp, dat gij bij allen Uwen blinden IJver voor de Orthodoxie en voor de Intolerant en, nooit over de Voordeden en Nadeelon zo van de waare Tolerantie als van de Intolerantie hebt naagedacht, en om dat Gij Mijn Oom Q 4 gaar»

Sluiten