Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4@ 2SO

Dat leeren wij ook van den grootten Leeraar der Waereld, van onzen gezegenden Zaligmaaker. Wel is waar, hij geeft zijnen tijdgenoten en ons, duidelijk wenken, die ons leeren dat veele zo gegenoemde Bezetenen in zijne dagen, niets anders dan kranke Menfchen waren. Ziet b. v. Math: XII: *2. en 47. Math XVII: 41. Maar Jesus heeft nooit getracht, door wijdloopige Raif ornementen dit Vooroordeel, uit het hart der Joden als met geweld te verdrijven. En zulks wel om geene mindere rede, dan om dat zulks toch niet zoude gelukt hebben, en om dat het niet konde gelul- ken ! — En dat befluit ik daaruit, om dat Jesus het niet gedaan heeft \ De gebeurtenis die bij Matheus: VIII, Vs. 2834. geboekt is, en in het Landfchap der Gergefenen of Gadareenen Marc : V r, voorviel, bewijst echter dat er waare Bezetenen geweest z'jn. (*) En dat is genoeg! Maar met dat alles wil ik wel bekennen, als iemand maar de

ove-

(*; Zo bekend het is: dat Baabafar Bekker de Magt en het Vermogen van den Duivel, om op de Lighaamen in de«ze Waereld te kunnen wei ken, ontkend heeft, zo bekend is het ook, dat de Leeraars in uwe Kerk , deeze Ketterij afzveeren moeten. Toen in de voorgaande Eeuw k'er in Neerland, door Voeth-s en zijne Aanhmttren , verfcheide twiften over de Cortefiaanfcbe Pbihftpbie in

be.

Sluiten