Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

co

•fchoon vveêr was, wierd de plegtigheid der Matroozen gevierd, ,welke onder den naam van doopen ter zee bekend is. Men zegd, dat de Hollandfehe Natie de uitvindfter van dit laf vermaak is; doch, daar Gij evenwel begeerig kunt zijn, om de zottigheden der Europeërs in afgelegene gewesten te weeten, wil ik u zo veel verhaalen als 'er mij nog van voorjftaat.

Den avond te v.ooren naamlijk , wanneer het doopen ter zee gefchieden zal, en het donker is, (doch 't welk binnen de keerkringen moet gefchieden,) zend men een* Matroos, dien men vooraf geheel met fchaapsvagten overdekt heeft, en welke een goede, grove ftem moet hebben, tot in den top van den grooten Mast. Hier gekomen zijnde, begint hij als een Beer vreeslijk te brullen. Alle verfchrikken, inzonderheid de jonge Matroozen, die de Linie nog nooit gepasfeerd hebben. De ouderen zeggen tot de jongeren: ^ dat is de Man van de Linie! dat is om uLeden. n Hij is boos; gij moet hem iets aanbieden, an' ders zijt gij mannen des doods!" De Man van

de Linie brult weêr. Men fchuild weg Eén

hunner, moediger, dan zijne makkers, gaat aan 't verzoeken: of'er dan gansch geene behoudenis te hoopen zij? De oude Man antwoordt: „nog „ moracn zult gij bij mij zijn!" Hij brult nog eens, en verdwijnt.

Den volgenden morgen, vóór dat de zon nog

op-

Sluiten