Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cis)

zwaar was. Toen ik haare kieuwen onderzogt, vond ik ze vol Infeéten, die bij de Infeftenkenucrs met den naam vmEenöogen bekend zijn. (ï)_ De Zeelieden hebben een' walg van dezen visch te eeten; want, zeggen zij, hij eet menfchen, en eet men hem , en heeft men eene heimelijke ziekte in het lighaam, dan openbaart die zig terftond: ik daarentegen vond hem fmaakelijk genoeg , vooral bij den buik; het overige vleesch van de volgroeide vifchen is eenigzins hard, en, gekookt zijnde, heeft het eene hooge oranjekleur.

Het getal der vliegende visfchen (7) vermeerderde Zig hieromtrent ongemeen; men zag ze met hoo-

pen

de, welke beide na den mond gaan, en fmaak-paaren genoemd konden worden. Meer na agteren in het lange Merg oatftaat nog het vijfde paar, het welk, even als het voorgaande, fterk is, maar zig in meerdere takken verdeelt, en voornaam lijk voor den Rug fchijnt beftemd te zijn. Het Merg eindigt alsdan in het Rugge - merg. Omtrent de holligheden vind men nog verfcheide verhevenheden en verdiepingen , bij wier befchrijving wij te wijdloopig zouden Wezen.

■ (O Monoculus, een nieuw bijzonder foort, 't welk bij eene andere gelegenheid zal befchreeven» Worden.

CO Exocoems vo•titans* linn.

Sluiten