Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 >

eigé Negers völftrekt op Honden, om onze Waaren na de Westzijde der rivier aan land te brengen, dewijl hier naauwlijks veiligheid meer voor ons ware. Zonden wij, ten eenigen tijde, waaren met onze Compagnies-flaaven over land, of op de rivier naQuitsa, alwaar wij eene Logie hebben, die" aan den overkant der rivier op de Oostzijde, omtrent twaalf mijlen verre af ligt; dart wierden zij gemeenlijk geplunderd ; men nam Waaren, Vaartuigen , en zelfs onze Negers weg.

Eene zo ver gaande uitgelaatenheid konde niet anders, dan ons tegen eene Natie, met welke wij anders in vrede wenschten te leeven, verbitteren. Men zond Afgezandten, na haaren Koning en Raad, en dreigde, zoo dergelijke vijandlijkheden niet geftaakt wierden, dat wij ons gedrongen zouden zien,om zo veele Negers,als wij konden bekomen, met ons te verë'enigen, teneinde vijandlijk tegen hen te werk te gaan. Men liet, werklijk, eenige gewapende Negers na de boven gemelde plaats trekken, alwaar ik, geduurende den nagu onder den blooten Hemel campeerde. Toen nu de Augnaers zagen, dat de zaak ernst wilde worden, traden zij met ons in onderhandeling. Men eischte onderpanden ter nakominge van den vrede, waarop ze a kinderen van de voornaarafte Mannen, als Gijzelaars zonden.

Zo (tonden de zaaken een tijd lang, tot dat de jonge manfehap der Augnaers de rust niet langer konden verdraagen. Deze zwoeren, dat het eene

fchan-

Sluiten