Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C39)

fchande'Was, zig zo door de Blanken als onder het jok te laaten brengen. Weshalven zij eene legerplaats nabij de rivier betrokken, en wilden onze Negers, zo wel als Vrijen verfpieden, om ze te vangen. Daar de meerderheid der ftemmen dè fchaal deed overflaan , zagen zig de Koning en zijn Raad genoodzaakt, hunne eifchen in te willigen, niettegenftaande zij maar al te wél begreepen, dat ze te kort zouden fchieten. Dus was het met de zaaken gefteld, bij mijne

aankomst in het Leger. De Adaërs, welke

zig nog tot heden toe in Ningo hadden verfcholen, zagen het van harte gaarne, dat wij beflooten hadden, bij hunne geweze Negerij een Fort te bouwen ; want nu wisten zij een veilige toevlugt-plaats, in geval ze van hunne vijanden weêr mogten overvallen worden. Deze bereidwilligheid, om de aanlegging vaneen Fort? op hunnen bodem te vergunnen, zouden zij, vóór een halve eeuw, zekerlijk niet betoond hebben, toen ze nog in hunne gouden eeuw leefden, en hun Kabosfier verwaand genoeg 'was, om zig den zo vermetelen Titul, Heer over Hemel en Aarde (Numbo kus puntfe ) te geeven. Vaar wél! eerlang meer van

Uwen enz.

C 4 DER-

Sluiten