Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 40 )

DERDE BRIEF.

Q u 1 t t a, op de Kust Guinea % den 'èflen April 1784.

Gefchdtztes Nichts der eitlen Ehre, JJtr baut das udlterthum Altare ; Du bist noch heup der Gott der Wélt; Du hast, aus unterird'fehen Grüften, Die tolie Zier an énjern Ruften, Das Schwerdt zuerft am Tag gebracht.

h aller,

Xn mijn'laatften Brief gaf ik U een zaakelijk berigt van het Leger, de krijgstoerustingen der Negers, hunne oorlogs-verklaaring, en de oorzaaken des oorlogs enz., hier hebt Gij een nader verflag van de daadelijke uitbersting des Krijgs,

Sints wij hier gelegen hebben, hebben onze vijanden ons verfcheide maaien gemoeid, inzonderheid 's nagts.. Maar, dewijl ze ons altijd op de post vonden , zo konden ze niets uitregten.

Onlangs naa middernagt ontflond insgelijks een alarmkreet in het Leger: dat de vijand aanrukte.

Men

Sluiten