Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C6o)

gegeeten. Om agt uuren verzogten 2ij, om Victorie te mogen fchieten, het welk dan ook met zulk eene onfluimigheid gefchiedde, dat men had mogen gelooven, dat eene nieuwe Actie begon. Men legerde zig weêr onder den bloo-

ten Hemel; naa middernagt ontftond weêr een Travad met regen, waarvan ik egter niet het minfte vernam, dewijl de marsch en 't werk van gisteren mij zo zeer had afgemat, dat ik dien doorfliep, alhoewel ik mij 's morgens, toen ik ontwaakte, door en door nat bevond.

Men lag den volgenden dag en nagt hier flil, om, gelijk men zeide, onze zwaar gekwetften te haaien, welke in hangmatten móesten gedraagen worden. Ik daarentegen hield mij, in dat gedeelte des dags, hetwelk ik. overig had, daar mede onledig, dat ik de droeve, in de asch gelegde hutten, en de overblijfzels van het voorige Augna doorzogt. Bij dezen uitflap had ik pok weldra het genoegen, dat ik, bij het ingaan in de Stad, een natuurlijk Prieel gewaar wierd , het welk geheel van 't vuur verlchoond gebleeven was. Bij het navraagen vernam ik, dat het de Fetis- hut der Augnaê'rs geweest was, én bij een nader onderzoek bevond ik, dat het uit enkel Draakenboomen Ch~) zeer geregeld

za-

Ch~) 'Dracana, Draco linn.

Sluiten