Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(61 )

Eimengefteld was. Mijn genoegen over dezri ontdekking was, gewis, niet minder, dan dat Van Löfling, Leerling van den onfterflijken Linnaus, moet geweest zijn, toen hij dezen boom

in het zuidelijk Columbien ontdekte. Men

weet, dat uit den Ham dezes booms een hars vloeit, het welk in deArtzenij- en Schilderkunde van een uitftekend nut is, en dat aan den voorloop eene bloedroode kleur mededeelt, waarvan de oneigenlijke naam dezer droogerije, te weeten Draakenbloed, zijn' oorfprong heeft. ■ Aan de overzijde van de Negerij, na den zeekant, hadden zij eene menigte tuinen, of, zo als het de Negers noemen, Rosfar-plaatzen, waarin ze voornaamlijk Pifangen,' Bacco, IJams en Zuikerriet geplant hadden. Dit laatfte had ik in Jfrica tot nu toe nog niet gezien. Het rijpe was meer, dan van eene manshoogte, en volkomen zo dik, als in Westindie. De Negers maaken 'er anders geen verder gebruik van, dan dat zij het kaauwen, wanneer ze dorst hebben.

Deze Tuinen wemelden van onze Negers met hunne fabels, en, wanneer ze de vrugten van de Pifangen hadden genomen, hakten zij deze pragtige boomen omver, zo als men een' diftel bij ons afkapt. Hier bragt ik mij te binnen, hoe kostelijk deze boom bij ons is, en hoe men het in alle nieuwspapieren uitbazuind, wanneer hij in Kruidtuinen in zijne bloeij ftaat.

Tegen den avond maakte men in het Leger bekend,

Sluiten