Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C70

Waren geweest, hunne patroontasfett nogthatts ledig waren. Die arme lieden waren uit honger geperst geweest, hunne patroonen aan de marketetlters voor leeftogt te verkoopen, naa dat hunne Zouthandel opgehouden had. Ja, eenigen hadden hunne beste kostelijkheden aan dezen dringenden vijand moeten opofferen, dewijl de geringe bezolding, omtrent één ftuiver 's daags van otis geld, niet toereikend was.

De ganfche dag verliep bijna met het uitdeelerl Van Ammunitie. Want nu was het getal der Manfchap tot 4000 toegenomen, en ik was gedrongen, elks patroontas in 't bijzonder te onderzoeken; want anders begeerden ze alle, het zij ze die al, of niet noodig hadden. Daarbij kreeg elk een fmalle ftrook linnen aan zijn geweer, welke, daar de Negers geene Uniformen draagen, onderling ten teken van eene vriendelijke partij-diende. Naa den middag marfcheerden Wij nog omtrent vier mijlen landwaards in, om den vijand op té zoeken, langs wegen, die mis* fchien nooit te vooren betreeden waren, en legerden ons, eerst lang naa dat het donker was geworden, in een aangenaam Palmbosch.

.Daar wij nu zulk eene ontzaggelijke Armeé (naar tic Afrikaanfche manier) hadden, uit zo verfchillende Natiën beftaande, moest men veel Vlijt aanwenden, om hunne waare gevoelens uit té Vorfchtn. Onder anderen hebben wij een vooriraamén Negér > met naame Lathe, welke zig van

eene

Sluiten