Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C70

eene laage geboorte tot den ftaat van een Kabosfiër van Popo had weeten te verheffen. In zijne jeugd diende hij den Engelfchcn als bediende, en, daar hij een doordringend verftand bezit, leerde hij weldra, hoe en wat hij doen moest, om rijk en magtig te worden. Op eiken geboortedag, bij de Negers alle weeken invallende, moeten zijne Waldhoornisten, welke hij naar de Europeïfche manier heeft laaten leeren, zijne Titels, of volgens de bewoordingen der Negers, zijne groote Naamen doen hooren. Deze zonderlinge plechtigheid gefchiedde op de volgende wijze. Twee hoornblazers gaan op de ftraat, of voor de Tent hunnes Bevelhebbers ftaan. Eén hunner heeft in de ééne hand een' Gonggong, of geel koper Bekken, en in de andere een ftokje. Hier mede ftaat hij eenige maaien, naar de maat, op dien Gonggong, en houd dan eenige oogenblikken op, in welken tijd de ander overluid roept: „Lathe, groote Held!" De Gonggong herhaalt zijn Muziek, en de uitroeper vaart dan voort: „ Heer over deze en die Ne„ gerij, bedwinger van dezen of geenen grooten „ Man," waarbij de Gonggong altijd de tusfchenpoozingen in agt neemt. Ik telde over de dertig zulke uitroepingen, maar welke ik alle niet verftaan konde.

Thans ftaat een groot gedeelte der Krepcêrs onder hem, dewijl hij ze met geld onderfteunt, en zig daar door zo veel, en bijna meer aanE 4 zien,

Sluiten