Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waUt overdag hangen zij met de pooren aan de takken, als of ze dood waren» Zij fchreeuwen in een muzikaalen, alhoewel voor iemand, die het niet gewoon is, zeer oniiangenaamen toon, Welke' zig omtrent door Hcïhe-hi-i-z laat uitdrukken.

Na de zeezijde, ftond het, voordezen, vol Zeichboomwollen-boomen; (k) maar die ziin weggehakt, om dat zij ons het uitzigt na de zee benamen.

Reeds morgen, hoope ik, zullen wij onzen terugmarsch mAkra aanneemen. Wij laaten hier 'den Prins Ofolij, en den Kabosfiër L a the van Popo met hunne troepen, zo lang, tot dat het Fort in een verweerbaaren ftaat geteeld is; op dat niet misfehien de QjHttacrs, of de Augnaers tot de gëdagten mogten komen, om ons in het bouwen te ftooren. 't Is droevig, dat de fteenen tot dit Fort.mede van Akra moeten komen; dewijl men hier niets anders heeft, dan een foort van fteenen,.die met eene korst zijn overtrokken, en "Welken de behoorlijke hardigheid tot zulk een gebouw ontbreel.it. Daarëntegen heeft men geen gebrek aan mosfelfchelpen, om kalk te branden. ' Bij de naaste gelegenheid meer. Middelerwijl ben ik enz.

C&) Bombax pent andrum linn.

G a

ZES-

Sluiten