Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m)

Dd tegenwoordige Koning van Dahómet is'ecfi man van omtrent 50 jaaren, welgemaakt, en van veel Verftand. Hij zelf komt nooit te jPY</#,maar blijft altijd te Dahotüet, waarfchijnlijk om dat hij daar voor zijn Lee ven bedugt mogt zijn, dewijt hij de Fidaërs despotiek laat beheerfchen, ten einde zij, onder het jok der flaavernij, niet in de gedagte mogen neemen, om zig weêr een éigen Koning te verkiezen. Te Fida houdt-hij een* Onderkoning en vier Kabosfiers', welke hem naauwkeurig berigten, wat te Fida zo wel bij de Blanken als Negers, omgaat. Deze Onderkoning wroont ih het Paleis van het Gouvernement, een zeer ruim gebouw, maar flegts van ée'ne verdieping^ van leem gebouwd , en met ftroo gedekt. Bij s hetzelve vind men zo veelehoven en voorhoven, dat men 'er in! zijnde pas weêr weet uit te komen. In het midden van 't Paleis is eene zaal, waarin de Europeërs gebragt worden, wanneer ze iets met den Stadhouder hebben af te doen. Die zaal is aan de ééne zijde open, als een wandelgang, met pijlaaren verfierd. Daarin vind men niets meer, dan Ncgerftoelen, zomwijlen even-^ wel ook een' Eüropeïfchen ftoel. De Negërftoelen zijn hier van eigen vinding.- Ze zijn hooger,'dan de ftoelen der Negers doorgaans pleegen te zijn. Zij maaken deze uit de ftengels der palmboombladen, welke zij in het vierkant over malkander leggen, en heel aartig weeten zamen tevoegen, zo dat men 'er taamlijk gemaklijk op zit.

De

Sluiten