Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 154 )

zag, behoort nog de volgende: toen ik., opeen* namiddag, heel vernoegd, met mijn boek voor het glas zat, ontftond 'er buiten, eensklaps, een getier en toeloop v'an volk, zo dat ik eenen optogt vermoedde. Het duurde niet lang, of de Stadhouder en de Kabosfiërs kwamen agter malkander aanrijden op muilezels, met een groote fchaare agter zig. De Kabosfiërs fteegen voor het Fort af, en dansten de ée'n naa den anderen voor hetzelve. Ditzelfde deed het volk, cn maakte Muziek. Binnen een half uur waren alle de Grooten verzameld, waarvan de meesten heel grappig gekleed waren. Alle de Voomaamfien hadden kamer-rokken zonder mouwen aan, meestal van zijden ftof; de Minderen daarentegen van wit linnen, en zommigen waren naar gewoonte gekleed, als de Europeërs. De voornaamfic Kabosfiërs hadden- hoeden op van gedreeven mesfing, in de gedaante van een ronden hoed, dien ze van den Koning tot een gefchenk hadden gekreegen, zonder wiens gunst niemand zulk een fieraad mag draagen. Over het algemeen kwam mij dit voor , als bij ons eene Maskerade.. .'Zij hadden drie vaandels bij zig, twee Hollandfche en een Engelfche , als mede drie groote zonnefchermen. Drie wél gekleedde Mannen droegen ieder een bekken van geel koper op het hoofd, met opftaande beugels , zo dat ze bijkans de gedaante van een Koninglijke kroon' hadden,

Naa

Sluiten