Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ïen, welke laatfte met de Trommels groote zegetekenen van oorlogsbuit zijn.

De Fidaifche Negers zijn welgemaakt, en groot Van ftatuur, maar hunne gezigtstrekken ontbreekt dat zagte, het welk men bij de Akracrs en andere Guinec/che natiën befpeurd. De vrouwsperzoonen zijn over het algemeen lelijk. Ik zag hier eene melkwitte Negerin, welke de Koning van Dahomet den Gouverneur zond, met de aanbieding: dat hij ook in ftaat ware, hem eene blanke vrouw te zenden. Zij was ongemeen afzigtig, niet boven de vier voeten lang, en fcheen eene misgeboorte te weczen. Ook zag ik een' Neger, welke volkomen bjanke handen en voeten had ; dit laatfte is, zomwijlen, wel een gevolg van zwaare ziekten, maar bij dezen was zulks natuurlijk.

Onder de hier zijnde kostbaare voortbrengzels der natuur zag ik mede heel hooggee/e boomwol, welke op Dahomet zou groejen. Maar 't is op leevensftraf verbooden, wol of zaad uit te voeren ; de eerfte is eeniglijk ten gebruike des Konings beftemd.

De Fidairs zijn eene zeer geestige Natie. Zij weeven niet alleen fraaije ftoffen, maar maaken ook van gras grove en fijne ftoffen. Zij neemen de bladen van een zeker gras, («) welke een*

duim

(«) Cijferus,

Sluiten