Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ï8a)

Ued&rduitscTt. Akraisch. Asfianthcisch. Krepeisch. Kom aanflonds Ba biane ne Bram, prim, Waka-

weder! nah! primprim! bah!

floe veel kast Onine inghe Wadde otong- Nuoke-

dit? oheh? nesfeng? nénne o-

flettio!

Hunne Levensmiddelen komen voort, deels uit 'het Rijk der planten, deels uit dat der Dieren. De Strand-negers bouwen de Turkfche Tarwe in overvloed. De vrouwen wrijven hem kleen op een' fchuins liggenden fteen, met een anderen,dc gedaante van een Cijlinder hebbende, bijkans als onze fchilders hunne verwen; dit koorn zetten zij altijd vooraf in 't water, wrijven het tot een fijn «leeg, laaten het een' nacht gesten, en bakken 'er, den volgenden morgen, in een grooten platten pot {Bojangj met leem beftreeken, brood van, het welk bijna den fmaak heeft als ons roggebrood. Of zij neemen een' lepel vol van dat heilagen deeg, doen het in eene pan met kookenden palmolie, Iaatende het daarin tot een' koek bakken, welke koeken hier bekend zijn onder den naam van olikoeken of fmeerbollen. Ook rollen zij wel dat deeg in bladeren der Turkfche tarweairen, kooken het in een pot met water, als een podding, en noemen het alsdan Kummij, kankis der Europeërs. Dit foort is hun natuurlijk brood. Het bakken hebben zij eerst van de Europeërs geleerd, gemerkt men nergens , ter plaatze *A-aar geene Europeërs zig ophouden, bakovens

aan-

Sluiten