Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bed, dat men mij bragt» was een foort va* Sofa of voetbank ,• niet boven één' voet hoog boven den grond verheven. Zij was lierlijk van riet gevlogten , waarop ze, vervolgens, verfcheide matten, eerst de groffte, en naderhand de fijne lagen, en daarover weêr een Neger - panties. Naaar hunne wijze was dit eene legerftede, waarop te leggen zig een Koning niet behoefde te fchaamen; maar ik vond het zo hard en ongemaklijk, dat ik geloof, dat onze flaaven in de gevangenisfen beter legging hebben.

Zo dra als ik mijne wooning had betrokken, kwamen ze met gefchenken zo wel voor mij, als voor mijne Negers. Deze beftonden in Bofz, de gangbaare munt des Iands,fchaapen,geiten, hoenders en klaar gemaakt Eeten, zoo ik 'er van gebruiken konde. Wat uitgerust hebbende, begon ik de landftreek te bezien. Deze is nog boschagtig, maar zeer bekoorlijk. Bergen, klippen en dalen verwisfelen zich onderling in eene fraaije orde. Het verfche water, in veele ftrandgewesten zo zeldzaam en liegt, is hier bij uitfiek goed. Nabij de ftad fpringt geftadig eene bron uit het fpits eener rots, welke een kristal - klaar en koel water heeft. Hier zijn boomen van een ongeloovelijken omtrek. Ik mat éénen der grootften, wiens ftam niet minder dan 45 voeten in den Omtrek, of 15 voeten in de middelijn had. Het is dezelfde foort van boomen niet, waarvan adanson, in zijne befchrijving van Senegal, verhaalt,

Sluiten