Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 317 )

vierde mijl flegts van de ftad liggende. Bij hem vond ik niet dan een kleinen tuin, maar zag 'er, wat ik zo lang reeds had gewenscht te mogen zien, te weeten de drie fijne foorten van oosterfche fpecerijen, den Kaneel-, den Kruidnagel-, en den Muskaat-boom. De eerfte ftond toen juist in den bloei. Boven dat zag ik nog eene menigte kostelijke Gewasfen, daaronder den Kai~ da, (d) den Chineefchen Appelboom of Wawanga, welke juist vrugten droeg, die van fmaak, en zo groot zijn, als onze Renetten. Den wilden Ca~ caoboom Qe) zag ik hier ook, in zijne eigen deftige geftalte bloejen.

Den aiften April vervolgde ik mijne reis na het andere gedeelte des eilands, bekend onder den naam Grandterre. De ftad draagt den naam van Pointe-a-pieter. Men kan de reis hierheen ook wel te land doen; maar die is, wegens de veele hooge bergen, welke men moet overtrekken, zeer ongemaklijk. Daar de oostewind waaide, en het dus tegenwind was, kwam ik hier eerst den volgenden dag aan, niettegenftaande het niet boven vijf mijlen van Basfeterre af ligt. Doch men heeft voorbeelden, dat de vaartuigen wel 8dagen op dezen kleinen togt onderwegen zijn geweest.

Dces

(d) Pandanus odoratisftmus unn.jJ/. VO Camlima princeps L itis.jp/.

Sluiten