Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmede alle boomen bedekt waren. De hoogJ te der boomen verminderde, naar gelange wij het fpits naderden; maar zo nam de menigte van Kool■ palmen toe, (p) wier regte ftandplaats de fpitzen der bergen fchijnen te wezen. Daar we ons met Leeftogt hadden voorzien , zo hielden wij eene eenvouwdige maaltijd, en voor een nageregt wierden koolpalmen raauw toe gegeeten,

. Het eetbaare deel dezes booms is het binnenfte merg of hart der nog toegeflooten bladen, het welk eenige overeenkomst heeft met onze nootenkernen, maar gekookt, na onze witte kool gelijkt, uitgenomen, dat deze zagter is, dan dat.

Naa dat wij alles gezien, onze naamen opgefchreeven, in eene fles gedaan, en deze met den hals in den grond gegraavén hadden, namen wij onze reis na beneden aan, die moejelijker

-was, dan die na boven, dewijl men bij elke treede uitgleed , en menigmaal over' den voorften heen viel. De ftruiken, waaraan men zig vast moest houden, waren meestal het fteekeligevarenkruid , (jf) of een fteekelig foort van palmen* welke de handen bezeerden. Laat in den avond: kwamen wij eerst weêr t'huis. Mijn linke voeC was gezwollen, en, niet weelende, dat ik dien

ver-v

(ƒ>) udreca; fpecies nova.

j(q) Polijpodium Jpinojum MNN.

Sluiten