Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44 DE ZINGENDE WERKMEID.

Ik kryg een heel mooi kabinet, Zo als ik heb gehoort;

Zes ftoelen, en een zeer goed bed i Ik raak dus zagtjes voort.

Ik vrees ook voor het huwlyk niet; 't ïs 't Goddelyk bevel:

En als men doet wat God gebiedt. Dan doet men immers wel?

Is 't Kinderkrygen ook myn deel? Ik voed die op, met God;

En 't zy ik weinig heb of veel, Zy deelen in myn lot.

Zy zullen vroeg naar fchool toegaan, En leeren daar hun pligt;

Want zie, dat heb ik ook gedaan, En nu is hy my ligt.

En

Sluiten