Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dtt BURGERVROUW, MOEDER. 6l

Myn Pietje, kan al knapjes lezen,

De jongen wil een Doomni wezen, Hy preekt, geklommen op een ftoof,

Dat ik het huizen ver kan hooren.

Ik ftop wel honderdmaal myne ooren, En zeg: „ ftil kind; je maakt me doof 'V

Maar kleine Dirk loopt langs de kamer,

Geduurig met zyn houten hamer Te timm'ren, 't helpt niet wat ik zeg: •

'k Moest gistren aan myn man nog vergea

Die fnorrepypen op te bergen; Want alles neemt dat platje weg.

En Willem moet ik met zyn boeken Steeds in de hanebalken zoeken,

Hy is het lezen nimmer moê: Hy ken het heel Geloof van buiten, En kogt op kermis voor zyn' duiten,

Die mooye reis van Bontekoe.

Machiel

Sluiten