Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

®E BURGERVROUW, MÓÉDER* 63

En fchoon ik nagt en dag moet floven. Zou naauwelyks een mensch geloven

Als die het zelf niet ondervindt, Wat onbedenkelyk genoegen

. Een moeder heeft, zelfs in dat zwoegén.

Dat fjouwen met haar lieve kind.

Men hielt het oudtyds voor een zegen.»

Wanneer de Vrouwen kindren kregen 4 En 't is ook waarlyk nog geen vloek.

Die monden fchept die fchept ook eeten:

„ God zal de zynen niet vergeten," Dat ftaat in myn Gebedenboek.

't Is waar, dat moet ik evel zeggen, Ik moet het vry wat overleven;

Het gaat er zomtyds zuinig door. Miar altoos' zyn wy Wel te vreden, 'kDa^k , (iied tftëüiit, dunkt my, opreden,)

'k Dank onzen lieven Heer daar voor.

'kZal

Sluiten