Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Il6 HET GELUKKIG BUITENLEVEN.

Hoe pragtig bloeit dit fchoon geboomtl Wat biedt de Moestuin keur van fpyzen!

Zie hoe dit golvend Beekje ftroomt* Zo zal de zon ter kimme uitryzcn,

En fchittren aan het blaauw gewelf;

6 Welk een kleur! — daar is zy zelf!

Kraai lustig, onvermoeide haan; Doe Vadzigheid het Bed verlaaten;

Ja, moedig dier, kraai lustig aan. Maar zal uw wakkerheid hem baaten

Die nooit zyn flaapvertrek verlaat,

Voor dat de zon in 't zuiden ftaat?

I

Myn oog onïfchiet een losfe traan, Zo fterk is myne ziel bewogen!

Zo levend ben ik aangedaan, Myn Schepper, die uw alvermogen

Met goedertierenheid verzelt,

Daar alles uwe wysheid melt!

Wat!

Sluiten