Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HÜIZELYKE ZAMENSPRAAKV 143

|y noemde my uw hartedief

En zat op my te peinzen; En ik, wel heer! ik had je lief,

Ik wou dat niet Ontveinzen.

Ik mogt u wel, jy minde my;

Waartoe dan langer draalen? Ik hield nooit van een lang gevry;

Dat is maar tyd vermaalen. Voor ryke luiden is dat goed,

Die toch den tyd verzeuren; Maar als de vryer werken moet,

Is 't waarlyk af te keuren.

Ik wil er maar meê zeggen, Vaêr,

Dat onze Jan moet weezen, Zoo vooraan in de twintig jaar;

Ik heb het öok gelezen,

In

Sluiten