Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14-6 HUIZELYKE Z AMENSPRAAKi

Dan dunkt me, Tryntje, is 't ook al welj En meer zou opfpraak maaken»

Zo ik myn mening zeggen zei, Moest jy dat opzet ftaaken.

DE VROUW.

Wel allerkostelijkfte man;

Wat ben je nou een droomer! Men bakt, maar daar weet jy niet van*

Geen koeken in den zomer! Hoor eens bedaart. Ik had gedagt

Een Hammetje te kooken; Een fiaatje er by; dat is geen pracht:—'

Ik heb het reeds befprooken.

Eéns weelde Keesje, is ook altyd

Geen armoê, moet je weeten; Wij mogen ook wel eens, verblydt,

Wat goeds, wat lekkers eeten.

Cf

Sluiten