Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lC6 AAN EEN'LIEVEN KLEINEN-JONGEN.

fk Zou ligt uw gedult verveelen, gprak ik met u dus in 't breed.

Onderfchei u van die pronkers Die men Petitsmaitres heet.

Opfchik voegt geen Jongelingen, Sus! dat komt de meisjes toe.

Laaten zy zich keurlyk kleden , Kom, ik hou dit haar ten goê.

Is 't iets dwaas in Jonge dames? Haatlyk is het in een' man:

Hy moet in geen fpiegel kyken; Voor de meisjes gaat dat an;

Hier wat poeyer, daar een lintje 9 Als zy zitten aan 't Toilet,

Dat is nog wel in te fchikken; Maar dat zich een man daar zet!

Dat hy grootsch is op zyn' beenen, Op zyn tanden, op zyn kleur... .

Op zyn mooye gonwen rokken, Waarlyk, dit kan 'er niet deur!

Poog

Sluiten