Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r. - ■ ; ' T; "

HET ZEEMANS AFSCHEID» 1}7

Nou* doe voor al de groetenis Aan elk die naar my vraagt;

Aan Boudewyn, aan Leen, en i&i^ Én kusch voor my onze Aagt;

Het kind weet weinig van zyn Tast. . i Nou wyfje huil dan niet,-

Om dat je man naar Inje gaat; 't Is immers meer gefchied't?

't Is best dat ik Matroosje blyf. Wat doé ik aan de wal?

Kusch ook myn moeder, zulje wyf? Die u wel trooften zal

Leef vrolyk , ö dat's myn' plaifier! 'k Schryf van de Caap een BrieL

En koom ik, na een jaar drie vier, ïri 't Vaderlandje lief,

Wie weet" öf jy dan Piet wel kent; Óp zee groeit me als een kool,

Sluiten