Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ERNSTIGE. 195

Dan zal ik, met een vry gemoed3 My, Gode, in zyne kerk opdraagen, Zo dra men daar, door wyn en brood Gedenkt aan mijn Verlosfers dood.

'k Was waarlyk by my zelf geftichtj

Ik dagt, voldoe ik aan myn pligt, 'k Heb dan niet voor mynGodtefchrocmen,

Maar toen ik aan my zelf ook vroeg;

Is 't dan al wel? is 't dan genoeg, Als ge in de Kerk zyt aangenomen?

Is 't groote werk nu al volvoert?

Wierd ik verlegen, fterk ontroert

Neen, zei de welbedagte geest, • 't Minst is verricht, nu volgt het me:;: 5 Üté dient dé ftryd regt aangebonden:

Nri' koomt voorzichtigheid te pas.

Sluiten