Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

By den Drukker deezes is onlangs van de Pef gekomen, en verder by de voornaamfte Boekverkopers in de Nederlandfche Steden te bekomen:

1. Uitzichten in D e E e u w i c h e i d , van J. C. L avï ter. Predikant te Zurich, in Brieven aan J. G. Zis mesman, naar den derden Druk, uit het Hoogduitse Vertaalt door J. W. va n Haar, 4 deelen in gr. 8°. mo hetPonrait van denAutheur, ƒ 5 - 10-0 weinige Exemp; op besc Schryfpapier gedrukt a ƒ 7 - 10 - o

Delnhcud deezes Werks is vervat in de volgende Brieven;

L Brief, Inleiding van- het Gedicht van het toekomend leven in 1 Gemeen.

H. Van de Bronnen, die ons eenige Ideën of begrippen, van c

t* leven aan de hand geeven.

211. Van de vorm en grond fchets van het Gedicht.

IV'. Van de bewyzep voor het toekomend leven in 't gemeen.

V. Onderzoek aangaande de Godlykheid van de Heilige Schrift. .

VI. De leere der Heil: Schrift vau hét toekomend leven, als cc

. gevolg van het tegenwoordig leven.

VII. — De toeftand der Zielen na den dood des Lighaams, tot t

' Opftandtngc toe.

VIII. Van de Opft'anding der dooden, en het daarop volgende Oo

deel. '. .

• jx. —— Van den Hemel en de Hemelfchc Wooningen.

X. —- Van de aanltaande volkomenheid der Christenen in 't gemeer.

voor zo verre dezelve ondereen algemeen begrip tebrengcnii XL — Van de volkomenheid der Hemeilihcn ligbaamen.

XH. Van de Verhooging of vermecrdering"der Natunrlyke va

mogens.

XIII. Van de vermeerdering of verfterking der vermogens van dd

Geest.

XIV. r— Der zedelyke vermogens.

XV 1 —— Der zogenoemde Bur^erlyke Vermogen

XVI. r— Van de taaie in den Hemel.

XVII. Van de gezeli'chaplyke Vreugden.

XVIII. Bedenkingen over de Vergeeving der Zonden.

XIX. — 1— ' over de gevolgen van het lyden en de lydzaan

heid.

XX. Van de bezigheden der Zaligen..

XXI. — Van het aa'ufchouwen der Godheid en de Verkecring mt

Christus.

XXII. —- Van de ellende der Verdoemden,

XXIII. — Van de Gezindheden der verbeerlykten met betrekking to: d

Verdoemden.

XXIV. ——■ van de Tyd en de Eeuwigheid. ■

XXV. Veifcheiden Gedachten, en Vermoedens.

Het IV. Deel, behelst ByvoegH'ls én Aanmerkingen, tot de drie vooi gaande Deelen behorende.

II, Dm 0 0

Sluiten