Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«3 " ZUSTER.

Vriend lief, ik denk dat jy hem zeide Hoe dit gefnap H tegen ftond?

En dat je hem ten- goeden -leide ? Kon je ook'merken of je wat ingang vondt?

Wees toch niet een der ftomme honden, Blaf, aan wat tafél dat jë oök zyt. Men vindt aïtyd, men vindt altyd,

Wanneer men'&hreeuwt van hunne zonden. Zich zeer behydt: zich zeer benydt: Wy zyn, och laas, het doel-van den nydl (ioüiol ^tobnow zzvr r/.-ql nvs ^o'z ,tboQ

BROEDER.

Zusje, daar was geen tyd tot fpreeken: Ik zat in zulken overvloed'.

Ik was vai> volheid haast bezweeken, Zo wierdt de uitwendige mensch gevoedt:

Wie kan zich zelf altoos bewaaren?

Wy

II

Sluiten