Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DJE VERHEUGDE VRYER.

Wys: Je fuis fimple rjf née au village.

N u zal ik haast myn wensch verkrygen. Het Meisje, dat myn hart behaagt, Dat ik ten Huwlyk heb gevraagt,

Bemint my, zy heeft goed te zwygen:

'k Weet toch dat zy my gunst toe draagt;

Zy was niet maklyk te bevryën, 'k Heb vry wat moeite er om gedaan; Want zy ftond my zo byfter aan.

Dan dagt ik: „ Jy magt my niet lyën, „ 'k Zal dat gevry maar laaten ftaan."

Kwam ik om haar wat te vertellen, Al wat zy zei, was ja of neen: Nochtans was zy nooit zeer te onvrsên;

Deedt zy het dan om my te kwellen? Wel, zq my dunkt, dat had geen reen.

Dan

Sluiten